Waarom meer buitenlandse toeristen?

Brabant is een attractieve regio om te wonen, te werken en te recreeren. Dat doen we dan we dan ook met zijn allen met volle overtuiging. Jaarlijks zijn alle Brabanders verantwoordelijk voor 87% van alle bestedingen in de eigen vrijetijdseconomie waar jaarlijks 5,7 miljard in omgaat. Prima toch, zou je denken.
Toch is er een negatieve ontwikkeling zichtbaar. Jaarlijks dalen het aantal uitstapjes en de bestedingen per dag. Brabanders besteden daarnaast bij een vakantie in de eigen regio erg weinig en lijken niet echt te motiveren tot een actief gebruik van het overige aanbod in Brabant. Daarnaast is, als gevolg van de vele goedkope verbindingen, het steeds aantrekkelijker om de kampeer- of bungalowvakantie in eigen regio om te ruilen voor een vliegvakantie naar het buitenland.
Voor een aantrekkelijke woon- en werkomgeving is een goed en prettige leefomgeving essentieel. Dat is wellicht een open deur maar het vraagt wel om actief beleid om het aantrekkelijk te houden. Zeker op het moment dat die vrijetijdseconomie onder druk staat. Door nu in te zetten op het vergroten van het herkomstgebied van de vakantieganger en bezoeker aan onze evenementen, attracties en musea kunnen we de negatieve trend gezamenlijk omzetten naar groei. Groei dat goed is voor ondernemers in de vrijetijdseconomie en nog beter voor alle inwoners die daarmee met nog meer trots kunnen leven in een fantastische regio die Brabant heet.

Provincie Brabant heeft met het uitbrengen van de uitvoeringsagenda Vrijetijdseconomie de eerste stap gezet in het operationaliseren van een collectieve strategie om samen te investeren in bezoekers die van verder weg komen en per dag meer willen gaan besteden. Samen met onderwijs, ondernemers, overheden en intermediaire organisaties worden de komende maanden grote stappen gezet om gezamenlijk de operatie op te pakken en maken we de vrijetijdsproducten in Brabant steeds aantrekkelijker voor de buitenlanders.

Geplaatst op 14 april 2013 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Vrijetijdseconomoe | Reageer

Het borrelt in Brabant

We zitten midden in een economische crisis. Een nieuw fenomeen waarvan we niet weten wat de consequenties zijn op langere termijn. Het maakt consumenten en investeerders onzeker wat zichtbaar effect heeft op bestedingen en investeringen.
Toch blijft het in Brabant borrelen. Brabant doet het ondanks deze economische crisis nog redelijk goed, wat onlangs ondermeer in Brandpunt uitgebreid werd belicht.

De innovativiteit en de economische kracht van de regio wordt steeds belangrijker voor de rest van Nederland en dat beseffen wij ons, als Brabanders, steeds meer. Wellicht dat dit nieuwe zelfbewustzijn ook een nieuwe generatie ondernemers en plannenmakers aantrekt. Immers, tot mijn grote vreugde zijn er op veel plekken in Brabant initiatieven voor grote investeringen in de vrijetijdseconomie. 

Kleinschalig aanbod
Afgelopen decennium heeft de regio hoofdzakelijk vernieuwing gezien in het recreatieve plattelandsaanbod. Door reconstructie van het platteland en vrijkomende agrarische bebouwing hebben veel agrarisch ondernemers nieuwe nevenfuncties ontwikkelt wat een sterke groei in kleinschalige recreatief-toeristische voorzieningen te weeg heeft gebracht. Een goede ontwikkeling voor de leefbaarheid maar voor de vrijetijdseconomie van Brabant  geen majeure impuls om de bestedingen in dit domein substantieel te laten groeien.

Grotere investeringen
De plannen die anno 2013 op stapel staan zijn van een grootschaliger niveau. Naast de overheden van Midden-Brabant die met Leisure Boulevard ruim baan willen geven voor nieuwe investeringen in de vrijetijdseconomie is ook Provincie Brabant ambitieus met een nieuwe uitvoeringsagenda vrijetijdseconomie. De jaarlijkse omzet van 5,1 miljard in deze sector moet in Brabant gaan groeien naar 6 miljard in 2020. Samen met de ambities voor onder andere 2018Eindhoven, Bosch500, herbestemming grootschalige cultuurhistorische complexen en Landschappen van Allure lijken nu ook de geesten rijp voor nieuwe investeerders. Het lonkend perspectief van onder andere culturele hoofdstad van Europa in 2018 en de stormachtige groei van Eindhoven Airport maken dat ondernemers nu haar kans kunnen pakken. Onderstaand een willekeurige opsomming van een aantal initiatieven waar ondernemers en overheden samen optrekken:
- Het nieuwe museumkwartier in ‘s-Hertogenbosch met het Noordbrabants Museum en het SMS;
- Het Hof van Cranendonck met plannen voor grootschalige hotel- en congresaccommodaties;
- Het eerste 5-sterren hotel van Brabant dat in Breda gebouwd wordt;
- Uitbreidingen en hotel op Eindhoven Airport;
- Grootschalig hotel- en sportaccommodatie van Fitland in Helmond;
- Vernieuwend media-museum Volt in Eindhoven;
- Van Gogh Experience in Nuenen en een grootschalige bungalowpark op de Gulbergen;
- Nieuw 4-sterren Van der Valk hotel in Tilburg;
- Verbouwingen van de stations in Breda en Eindhoven;
- Nieuwe landgoed-ontwikkelingen bij de Bergsche Heide in Bergen op Zoom.

Parellel investeren
Het borrelt volop. Het aanbod groeit en dat is goed in een competitieve vrijetijdsmarkt waar aanbod vraag creëert. Te hopen is echter wel dat met al deze fysieke investeringen ook de investeringen in de vraagstimulering parallel lopen. Anders hebben we straks op basis van ons nieuw Brabantse zelfbewustzijn fantastische voorzieningen gerealiseerd maar vergeten we het te vertellen….en dat was nou net één van de mindere kwaliteiten van ons Brabantse volkje.

Geplaatst op 2 januari 2013 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Culturele hoofdstad, Toerisme en cultuur, Vernieuwing, Vrijetijdseconomoe | Reageer

Kies en je wordt gekozen

Gemeenten zijn over het algemeen erg blij met ontwikkelaars die plannen hebben voor nieuwe leisure-voorzieningen. Zeker wanneer deze op korte termijn een aantoonbare economische impuls geven aan de regio. In de huidige economische recessie wordt ondernemerschap bewierookt en lijkt de aandacht voor de inhoudelijke context in belang af te nemen.
Toch is juist nu een extra kritische houding ten aanzien van de invulling van leisurelocaties een must. De tijd dat een grootschalige vrijetijdsvoorziening per definitie succesvol was is voorbij. Steeds vaker wordt in het publieke debat de vraag gesteld of de voorziening wel past bij de gewenste uitstraling van de gemeente.

Gamehal in Helmond
Een mooi voorbeeld is te vinden in Helmond waar een debat wordt gevoerd over de wenselijkheid van een grote game-attractie in het centrum van de stad. Gaat het hier nu om de zoveelste leisuredoos of is het een sterk concept dat de kernwaarden van Helmond kan versterken? Voorstanders zeggen dat het past bij de economische propositie van de stad met automotive en foodindustry als thema’s. Tegenstanders roepen dat het om een commerciële gamehal gaat die niet bijdraagt aan de gewenste imago-verbetering van de stad.

Bavelse Berg in Breda
In Breda brengt de ontwikkeling van een vrijetijdscomplex op een voormalige vuilstortplaats eveneens discussies met zich mee. Ook daar ligt de focus, om begrijpelijke redenen, in eerste instantie op de financiële haalbaarheid. De samenhang met de binnenstedelijke investeringen rondom beeldcultuur is echter nog niet te vinden. Zou het niet logisch zijn om leisure-ontwikkelingen rondom beeldcultuur & gaming juist in Breda te stimuleren? Kan het initiatief uit Helmond dan niet succesvoller worden in Breda?

Het wordt tijd dat het nieuwe programma vrijetijdseconomie van Brabant samenhang gaat brengen tussen de stedelijke economische en culturele profilering en de investeringen in vrijetijdsvoorzieningen. Het clusteren van voorzieningen werkt immers de gewenste profilering in de hand, is goed voor het aantrekken van gerelateerde bedrijvigheid en brengt de voorzieningen op een hoger niveau.
Wanneer Brabant van de vrijetijdseconomie een topsector wil maken moeten we de stedelijke, regionale en provinciale agenda’s op elkaar afstemmen. Dit klinkt logisch, maar het betekent ook dat bestuurders de lokale belangen moeten durven overstijgen. Blijf bij de kernwaarden en gun elkaar het succes.

Geplaatst op 14 oktober 2012 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Recreatie, Toerisme en cultuur, Vrijetijdseconomoe | Reageer

Binnensteden moeten stout durven zijn

De Brabantse binnensteden scoren redelijk. De besteding per bezoek is hoger dan het landelijke gemiddelde (55,74 tegen landelijk 44,30 per bezoek). En recreatief winkelen is naast attractiebezoek in Brabant de enige activiteit waarin de economische balans positief is: niet-Brabanders besteden meer in Brabant dan Brabanders buiten Brabant. (Kennisplein Vrijetijd)

Rozengeur en maneschijn?
Brabant scoort inderdaad al een aantal jaren goed in de landelijke piekorde. Bergen op Zoom en Breda gingen Eindhoven al voor als Beste Binnenstad van Nederland en ’s-Hertogenbosch is al twee jaar Nederlands meest gastvrije stad. Is het dan ook werkelijk allemaal rozengeur en maneschijn?
Nee, schijn bedriegt want ondertussen zien wij dat onder druk van de economische crisis en de toename van het thuisgebruik van internet in Brabant de dagrecreatieve uitstapjes het snelste dalen van heel Nederland. In de tussentijd voltrekt zich een stille liquidatie van de middenstand in geheel Nederland.

Kaalslag in de binnenstad
 “Slagveld in de winkelstraten” kopt Brabants dagblad op 27 juli 2012. De BTW verhoging van 19 naar 21% per 1 oktober 2012 is de nekslag voor de noodleidende middenstand volgens de krant. Na vier slechte jaren zijn de reserves op en de panden zijn opgegeten. Grote buitenlandse ketens zijn nog als enige in staat om met veel m2 de vrijkomende ruimte in te vullen en nemen daarmee het straatbeeld over. Binnensteden zijn al langer het speelveld van franchiseketens en grootwinkelbedrijven die overal dezelfde producten tegen afbraakprijzen aan de man brengen. Homogenisering van de binnensteden is troef en leegstand wordt dominant wanneer we niet in actie komen.

Stoute steden
Steden moeten stouter worden stelt Baptist Brayé van Locatus. Inderdaad, het moet weer spannend worden. Je moet verrast kunnen worden en het rode oortjes-gevoel moet weer terug in de binnenstad. De Nederlandse steden zijn al decennialang internationaal aantrekkelijk omdat er sex en drugs te koop zijn. Bezoekers zien dit niet als hoofdmotief maar het schept een sfeer van spanning en ‘verboden terrein’ dat een aanzuigende werking heeft. De Amsterdamse middenstand vreest niet voor niets voor de gevolgen van de invoering van de wietpas voor het toerisme.

Zit de oplossing in meer sex en drugs?
Nee, we zullen moeten zoeken naar andere stimuli en uitdagende attracties voor de binnenstad. Samen met een onderscheidend en spannend cultuur- evenementenaanbod moet ook de detailhandel lef tonen. Overheden zullen de verantwoordelijkheid moeten nemen om een duidelijk profiel te kiezen waarmee middenstand gestimuleerd en geïnspireerd kan worden om een innovatief aanbod te ontwikkelen. Vrijkomende winkels kunnen dan experiencelabs voor kunstenaars, designers en creatievelingen worden om de internettende consument naar de stad te lokken. Voor de Brabantse steden betekent dat we gebruik moeten maken van de oorspronkelijke kwaliteiten van de maakindustrie en de creatieve sector die hier haar hedendaagse vertaling aan kan geven.  Gaming, design en betekenisgevende experiences moeten er voor zorgen dat de terrassen in de binnenstad goed gevuld blijven tijdens het online bestellen van de artikelen die hen vlak daarvoor hebben verleid.
De Design in Detail Award in de regio Eindhoven is een fraai voorbeeld hoe overheid en bedrijfsleven samen een impuls geven aan het stouter maken van de binnenstad. Nu moeten we er collectief voor zorgen dat deze impuls een structureel beleidsinstrument wordt voor de Brabantse binnensteden. Alleen op die manier kunnen we aantrekkelijk blijven en ondeugend lonken naar de topsteden als Barcelona, Berlijn, Londen of Amsterdam

Geplaatst op 27 juli 2012 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Creatieve industrie, Vernieuwing | Reageer

Brabant uitnodigend groen houden

  
Dat de Brabantse natuur belangrijk is voor de vrijetijdseconomie is evident. In Brabant worden op jaarbasis ruim 48 miljoen uitstapjes in de natuur ondernomen, en dat zijn alleen nog maar de binnenlandse bezoekjes. Ook tijdens de vakantie is een natuurbezoek in trek: één op de vijf Nederlandse toeristen bezoekt een natuurgebied tijdens de vakantie in Brabant.

Wonen, werken en recreëren
Zoals SER Brabant in haar advies ook aangeeft moeten natuur en landschap niet worden gezien als kostenpost, maar als meerwaarde voor de economische concurrentiepositie. Natuur is namelijk belangrijk voor wonen, werken en recreëren:

* Brabantse woningen die dichtbij de natuur zijn gelegen, zijn 6% meer waard
  dan minder groen gelegen woningen.
* Werknemers vinden een natuurlijk ingerichte buitenwereld steeds
   belangrijker. Zicht op een natuurlijke omgeving werkt concentratieverhogend
   en stress verminderd.
* Inwoners van postcodegebieden met een berekend tekort aan groen, gaan
   vier nachten per jaar meer op vakantie dan de mensen die in een gebied
   wonen waar voldoende groen aanwezig is.

Brabant: de groene provincie
Door Nederlanders wordt Brabant omschreven als rijk aan natuur. De Brabantse bevolking onderschrijft dit: 85% van de Brabanders vindt dat er (ruim) voldoende natuur en landschap in hun woonomgeving is. Laten we deze sterkte vooral behouden en uitbouwen. Zo denkt de provincie er ook over, zo blijkt uit de natuur- en landschapsvisie “Brabant: uitnodigend groen”. De realisatie van de ecologische hoofdstructuur (EHS: het netwerk van natuurgebieden en verbindingszones) stond door het regeerakkoord van het Rijk onder druk, maar de provincie Noord-Brabant neemt haar verantwoordelijkheid. Als enige provincie in Nederland wil Brabant de volledige  EHS realiseren, samen met haar partners.

Betrokken Brabanders
Volgens de provincie is de betrokkenheid van Brabanders bij het onderwerp meer dan ooit van belang, zeker nu blijkt dat op lijstjes van bezuinigingen natuur hoog scoort. Dit heeft (zoals uit de cijfers blijkt) niet zozeer te maken met het feit dat Brabanders natuur niet belangrijk vinden. Wat er aan de hand lijkt te zijn, is dat de discussie te abstract is geworden. Ecologische hoofdstructuur, decentralisatie, biodiversiteit…leuk, maar dit zegt mij en ongetwijfeld een groot deel van de Brabantse bevolking niet zo veel. Ik voel me betrokken als ik de natuur beleef, als al die vage termen tastbaar worden. Daarom zet ik me met mijn collega’s bij Vrijetijdshuis Brabant in om samen met onze partners meer mensen te laten genieten van de schitterende Brabantse natuur, bijvoorbeeld door ontwikkeling van Natuurpoorten. Ik kijk nu al uit naar een mooie wandeling, startend bij de eerste Brabantse Natuurpoort. Spot u dan de volgende vermiljoenkever?

Geplaatst op 11 juli 2012 door: Ankie Joos
Met de rubriek Recreatie | 2 reacties

Is Brabant een vakantieproduct?

Marketeers breken al jarenlang het hoofd over de wijze waarop Brabant als vakantieregio het beste te positioneren is. Middels voormalige campagnes als Bijzonder Brabant, ZoBrabant of voor kleinere deelregio’s als De Peel of De Kempen is regelmatig geprobeerd met generieke slogans en beelden een positie te veroveren op de mental map van de consument. Verspilde moeite wellicht? Dé consument bestaat immers niet en dé provincie ook niet. Een algemene wervende boodschap voor iedereen is een boodschap voor niemand.

De gevoerde promotiecampagnes zijn van te korte duur en hebben te weinig financieel draagvlak en -kracht om te beklijven. ‘Is Brabant eigenlijk ook wel vakantieproduct genoeg om als zodanig te vermarkten?’ Blijkbaar lukt het in Nederland wel om een regio succesvol langdurig te promoten op het moment dat toerisme ook van dominant economisch belang is. Regio’s als Zeeland, Zuid-Limburg, de Veluwe en de Wadden kunnen in één adem genoemd worden met toerisme en worden dan ook eenvoudiger gepositioneerd tussen de oren van de consument.

Brabant is anders. Brabant is een regio waar toerisme, cultureel erfgoed, natuurrecreatie, evenementen, sport, routerecreatie, culinair genot en funshoppen zich in nauwe verwevenheid verbindt met technologie, kennis, agrarische ontwikkeling en industrie. In Brabant hebben we het over een vrijetijdssector waar in totaal 5,3 miljard euro per jaar omgezet wordt in de gehele breedte van de keten. Het traditioneel promoten van een regio op alleen toeristische motieven is daarom wellicht een hopeloze missie omdat het vrijetijd-speelveld breder en de dominantie van de overige sectoren groter is.

De provincie kent echter zeer veel aantrekkelijke vrijetijdsproducten die in haar niche effectiever kunnen worden vermarkt. Brabant is geen product maar heeft veel verschillende producten; vrijetijdsproducten die in wisselende samenstellingen voor de consument worden aangeboden.

Met het zicht op de mondiale veranderingen, waar ook in het ING-rapport #travel2020 op wordt gewezen, zijn voor Brabant een aantal unieke kansen te definieren. Het is namelijk over met het rechtlijnig verkopen van traditionele destinaties. De consument van morgen wil individueel haar eigen experience samen kunnen stellen in steeds kortere en betaalbare, luxe combinaties, waar werk en vrijetijd ook nog eens dwars door elkaar lopen. Om dit te kunnen bieden zijn goede logistieke verbindingen (in toenemende mate vliegen en (hoge snelheids)trein) noodzakelijk. Maar bovenal ook digitale verbindingen en technologische infrastructuur om betaalbaarheid en luxe in vakantietijd met werk te kunnen combineren. Laten we daar in Brabant nu toevallig alle ingrediënten voor in huis hebben!

Door in te spelen op de toenemende individualisering en de vraag naar betekenisgevende experiences zullen we in Brabant verschillende te onderscheiden vrijetijdsproducten nationaal en internationaal moeten zien te vermarkten. Aanbieders moeten flexibel zijn en maatwerk inzetten waarbij gebruik gemaakt kan worden van een aantal sterke iconen als verleider voor een reeks aan experiences die wij bezitten. Wanneer we dit slim organiseren en de kenmerken van Merk Brabant met high tech, high touch als basiswaarde meenemen, kunnen we op de lange termijn de vruchten plukken van de veranderende vraag in de vrijetijd. Na Brainport en Maintenance port worden we dan wellicht vanzelf ook eens een Dreamport, zoals Bart de Boer van de Efteling het zo mooi weet te benoemen.

Geplaatst op 20 juni 2012 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Communicatie, Geen categorie, Marketing, Toerisme, Toerisme en cultuur, Vrijetijdseconomoe | Reageer

Jacht op Flashpackers en cultuurtoeristen

Gedeputeerde Bert Pauli (EZ, Provincie Noord-Brabant) was afgelopen vrijdag 13 april zeer overtuigend in zijn pleidooi voor investeringen in de vrijetijdseconomie. “Die 10 miljoen dagrecreanten in Midden-Brabant moeten verblijfstoeristen worden’, was zijn reactie op het daarvoor gehouden pleidooi van Eftelingdirecteur Bart de Boer.
Tijdens de behandeling van de startnotitie vrijetijdseconomie in de statencommissie voor Economische Zaken van de Provincie Noord-Brabant kon de gedeputeerde op veel bijval rekenen. Vrijwel alle politieke partijen zien met de vrijetijdssector mogelijkheden om banen te creëren voor jongeren en laagopgeleiden wat in deze zware economische tijd meer dan welkom is. Door te investeren in het bevorderen van meerdaags verblijf in de regio nemen de bestedingen volgens de gedeputeerde toe en kunnen we het bedrijfsleven stimuleren te innoveren. De komende maanden zullen partijen als Vrijetijdshuis Brabant, Leisure Boulevard, Top Brabant en de Provincie Noord-Brabant samen met het onderwijs de handen uit de mouwen moeten steken om de collectieve strategie te bepalen. We zullen ons echter niet alleen moeten focussen op het bevorderen van meerdaags bezoek. In mijn ogen ligt de uitdaging juist ook in het verhogen van de bestedingen per dag van zowel dagrecreant als verblijfstoerist.

Dalende trend
De afgelopen jaren zien we in de vrijetijdseconomie Brabant een dalende trend in zowel de verblijfsduur als de bestedingen. Dit wordt veroorzaakt door zowel demografische als economische factoren, maar is ook het gevolg van toenemende concurrentie en een veranderende vakantiebehoefte. Net als in de samenleving zie ik ook in de vrijetijdssector een tweedeling ontstaan. Enerzijds zijn lowbudget vakanties in trek waarin bijvoorbeeld de Oostappen-groep succesvol  opereert. Anderzijds zien wij vakantieconcepten met een hoge belevingswaarde zoals luxe vakantiehuizen en bijzondere Bed & Breakfast-accommodaties sterk groeien. En dat allemaal in een markt waarin Brabant van oudsher zich sterk heeft gericht op de middelmaat met een grote hoeveelheid accommodaties en voorzieningen voor die doelgroep als gevolg. Op zich niets mis mee, maar wel in een tijd waarin juist voor dat middensegment all inclusive vakantiereizen naar de Turkse riviera voor een habbekrats van de hand gaan. Ook al is de grote groep toeristen die de Oostappen-groep weet te verwerven goed voor de economie, toch zien wij dat de directe bestedingen in de regio van deze toeristen lager is dan die van andere doelgroepen.

Meer Flashpackers en cultuurtoeristen nodig
Willen we in Brabant de bestedingen per dag verhogen en dagrecreatie omzetten naar meer verblijfstoerisme dan zullen we toch echt uit een ander vaatje moeten gaan tappen. De tijd van het bijschaven van bestaande vrijetijdsconcepten is voorbij. In een markt waar alleen nog groei te verwachten is in lowbudget concepten of formules met hoge belevingswaarden zullen we meer ruimte moeten maken voor een revolutie. Niet alleen in regelgeving maar ook door structurele samenwerking tussen creatieve- en vrijetijdssector te bevorderen waarmee nieuwe producten voor nieuwe markten ontwikkeld kunnen worden. Kom maar op met die Guccistal voor de Chinese toerist of Liberation Route kamers voor de Amerikaanse battlefieldtoerist (zoals in Bed & Breakfast Sint Anna in Nijmegen).  Samen met onderwijs, ondernemers en overheid moeten we werk maken van de Zuiderwaterlinie en de koude oorlog als cultuurtoeristisch concepten. Maar ook de kloosters en het religieus erfgoed, de landgoederen en het industrieel erfgoed waarmee we het verhaal van Brabant kunnen vertellen. Al jarenlang is bekend dat festivals in toenemende mate door Flashpackers worden bezocht maar fraaie samenwerkingsvormen tussen accommodatieaanbieders en festivalorganisatoren om de verblijfsduur structureel te verlengen zijn er niet. Brabant zal de komende jaren flink aan het werk moeten om nieuwe cultuurtoeristische concepten zoals Bosch & Van Gogh te ontwikkelen en in samenwerking met NBTC internationaal te vermarkten. Samen met het fantastische festivalaanbod dat wij in Brabant kennen hebben we de mogelijkheid om met design, kunst en cultuur de groeiende groep internationale cultuurtoeristen en flashpackers te interesseren voor de regio. Hiermee kunnen we niet alleen direct de Agenda van Brabant versterken maar ook structureel bijdragen aan hogere inkomsten en meer banen. Cultuurtoerisme loont. Voor diegene die het bewijs wil zien; kijk maar eens naar de cijfers maar ook naar zo’n prachtig voorbeeld van het 4-sterren hotel dat in Zundert naast Vincent van Gogh zijn geboorteplek wordt gebouwd.

Geplaatst op 15 april 2012 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Creatieve industrie, Culturele hoofdstad, Cultuur, Recreatie, Toerisme | Reageer

Superpromoters – Brabant heeft er een provincie vol van!

 

We bevinden ons in een transitiefase waarin niet meer puur het contact maken met de klant/communicatie belangrijk is. Nee, we gaan naar een tijdperk waarin het werk juist op dat moment pas begint. Want in communicatie, of het nu business to consumer of business to business is, staat de dialoog centraal. Het gaat om boeien, binden en verbonden blijven. Vandaar dat social media steeds belangrijker worden.

Leren van de muziekwereld
Onlangs woonde ik een presentatie bij over wat marketeers kunnen leren van de muziekwereld. Wat leren we van Nick Drake? Van Adèle? Of van The Beatles of The Doors? Het zijn allemaal mensen met een idee, met inspiratie, met authenticiteit. Dat eerlijke enthousiasme dat zij weten over te brengen, raakt in eerste instantie een paar mensen om hen heen, gezamenlijke geloven zij in datzelfde doel. Op een gegeven moment slaat dat over naar een steeds groter publiek. Natuurlijk kan marketing dit verhaal verder uitbuiten, en kan marketing dat in het geval van Elvis ook breken. Maar de basis blijft altijd hetzelfde: er is eerst die spark, die authentieke basis, van daaruit ontstaat een flow, die uiteindelijk kan ontaarden in een flood. Zo simpel! Voor mij was het een eye-opener, ook al lijken het open deuren.

Niet geregisseerde dialoog
Wat dit te maken heeft met social media en het aangaan van de dialoog? Alles! In de muziekwereld is succes niet geregisseerd. De artiesten die wij ons over 50 jaar nog herinneren, hadden allemaal die ene spark die anderen niet hadden. Dus laten we in godsnaam zo snel mogelijk ophouden met denken dat we de wereld naar onze hand kunnen zetten. Het verhaal is gebaseerd op de al een tijd geleden geintroduceerde  superpromoters, met als basisgedachte: zoek naar mensen die al enthousiast over je merk, product of organisatie praten. Dat zijn jouw superpromoters.

Brabantse superpromoters
Wat betekent dat dan voor de promotie van onze provincie? Brabant heeft een provincie vol superpromoters. Dat hoeft niet perse Guus Meeuwis of dj Tiësto te zijn. Jij bent het zelf, je buren zijn het misschien, en de bakker op de hoek ook. Allemaal geven zij hun eigen betekenis aan Brabant. In plaats dat wij die betekenis voor hen bedenken, moeten we misschien eens een keer gaan luisteren. En social media is daarvoor bij uitstek een efficient middel. Weer een open deur? Ja, eigenlijk wel, maar toch doen we er niets mee. We meten wat mensen roepen over onze organisatie, of over ons merk, maar daar gaat het helemaal niet om. Het gaat om betekenisgeving. Daarin is een mooie zonsondergang, een treinreis naar je werk en het bevroren vijvertje in je achtertuin net zo belangrijk.

Ondanks alle goede bedoelingen, zijn we nog altijd veel teveel bezig met zenden. En af en toe heb je dan een beetje inspiratie nodig om die open deuren een voor een in te trappen. En als je het allemaal opschrijft als het nog goed in je hoofd zit, dan hoop je er ook weer andere mensen mee te inspireren.

Geplaatst op 3 februari 2012 door: Michel Meeuwissen
Met de rubriek Communicatie, Marketing | 7 reacties

QR codes. Geweldig, als je ze goed inzet.


QR codes. In 1994 ontwikkeld en ondertussen al niet meer weg te denken bij allerlei communicatie-uitingen. Zo gebruiken makelaars de code om potentiële kopers informatie te geven over de huizen die te koop staan waarbij je door het scannen van de code een virtuele rondleiding krijgt, leer je via de code op pakken zuivel natuurweetjes of lees je via een code op een ananas hoe je de vrucht moet verwerken, recepten, tips en de voedingswaarde ervan.

Bij ongeveer iedere nieuwe communicatie-uiting of -campagne verschijnt een QR code. Maar gebruikt de consument de QR codes eigenlijk wel? Je hebt een smartphone nodig, met internet verbinding en je moet eerst een codescanner installeren. Dat hoeft binnenkort niet meer want dan kan je codes direct met je mobiel scannen. En nog veel meer!

Maar dat is de techniek. Veel interessanter is of de consument de weg naar de extra informatie vindt. Vaak nog verwijst een QR code naar een homepage van een website (die dan hopelijk geschikt is voor mobiel gebruik) of naar een andere statische pagina. Niet echt spannend. Ik ben er van overtuigd dat we ons gek laten maken door andere afzenders, andere organisaties, die zien dat anderen QR codes inzetten en dan menen er zelf ook niet onderuit te kunnen. Ik ben er ook van overtuigd dat organisaties veel kansen onbenut laten en dat daardoor de consument afhaakt.

Toch geloof ik in een tool die mensen helpt om van offline naar online communicatie te gaan. En dat je met QR codes waanzinnige dingen kan doen. Hoe waardevol is het als je door een code te scannen nieuwe en vooral ook aanvullende informatie krijgt die aansluit bij de communicatiecampagne? Dat je je klant echt bedient, hem verleidt. Want dat er fantastische mogelijkheden zijn mag duidelijk zijn. We moeten ze alleen nog gaan benutten.

Ik zie QR codes voor me waarbij je alvast binnen kijkt bij het B&B waar je wilt gaan slapen of waarbij je een voorproefje krijgt van de theatervoorstelling waarvoor je dan meteen een kaartje kan kopen. Of informatie over natuurgebieden met filmpjes en dierengeluiden van de dieren uit het gebied, een route voor een wandeling en dat als je terugkomt van je wandeling de warme chocomel bij het cafeetje al klaar staat. En dat allemaal geregeld met je mobieltje.

Geplaatst op 13 januari 2012 door: Ank Lambers
Met de rubriek Communicatie, Marketing | 1 reactie

Transitie van de plattelandseconomie

Er staat wat te gebeuren op het platteland. Na jarenlange discussies over reconstructie,  zonering en schaalvergroting start in 2013 een definitieve terugloop van het aantal agrarische bedrijven.  De Europese normen  voor dierenwelzijn en veiligheid zijn van dien aard dat 1 op de 3 agrariers zich genoodzaakt zullen voelen de bedrijfsvoering te beeindigen. Niet alleen voor de ondernemers is dit een dramatische ontwikkeling; ook de lokale gemeenschap zal het effect hiervan ervaren. Stel je eens voor 1 op de 3 stallen in het buitengebied komt over een jaar vrij…
Het is twee voor twaalf maar tot op heden zie ik alleen nog maar omscholingscursussen voor boeren. Zijn er al studies gedaan naar de impact van deze krimp voor de plaatselijke middenstand en de regionale toeleverende bedrijven? In een case-studie van Praedium is berekend dat alleen al voor de gemeente Bernheze te verwachten valt dat er per jaar 12 miljoen euro minder besteed zal worden in de lokale economie.

Problemen bieden ook kansen
Het is de hoogste tijd om na te denken over de gewenste ontwikkelingen in het buitengebied bij de grootschalige ‘ontboering’ de nu voor de deur staat. Welke soort bedrijvigheid moeten we stimuleren en welke niet om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaats vinden? Eén ding is in ieder geval duidelijk: Brabant biedt geen plaats meer voor de zoveelste boerencamping of boerengolf. Het traditionele vakantieproduct voor gezinsvakanties is definitief op zijn retour en kent een daling in overnachtingen en bestedingen. En dat nog wel in een regio dat bekend staat als attractieland maar waarbij de recreatieve bestedingen per dag het laagste zijn van heel Nederland.
We hebben in het Brabantse buitengebied impulsen nodig om nieuwe economische dragers te ontwikkelen. Niet meer krampachtig denken in functies en bestemmingsplannen maar regelvrije zones waar creatievelingen aan de slag kunnen om het DNA van het gebied te vertalen naar producten en crossovers voor bedrijfsleven, recreant, toerist en bovenal de lokale economie. Waarom zouden we het concept van stedelijke creatieve broedplaatsen niet toepassen in het buitengebied? Het project Mooi Werk van Vrijetijdshuis Brabant, SRE, ZLTO en Leisure Boulevard was bijvoorbeeld al een aardige voorloper in het agro-toeristische werkveld. Hier werden stedelijke designers gekoppeld aan agro-toeristische ondernemers om de uitstraling van het product beter af te kunnen stemmen op de wens van de stedelijke consument. 

Gucci-schuren voor de Chinese toerist?
Om in de komende jaren de transitie van de plattelandseconomie daadwerkelijk gestalte te kunnen geven moeten we echter nog extremere stappen durven zetten.  Niet de directe omgeving maar de wereld is het afzetkanaal voor de nieuwe concepten die ontwikkelt moeten worden. Afstanden worden kleiner, concurrentie wordt groter en Bric-landen worden dominanter. Laten we varkensstallen ombouwen tot Gucci-schuren voor de Chinese toerist die Van Gogh komt bekijken en het akkerbouwbedrijf tot een 3D Tuin der Lusten of een aardappeleters-experience.
Het Brabantse buitengebied zal in de komende decennia nieuwe mogelijkheden moeten ontwikkelen waarbij het zich niet alleen transformeert tot stadteland voor haar eigen omgeving maar ook een positie verwerft met vernieuwende concepten voor een niche in de wereldmarkt.  Eén Chinese consument met een bestedingspatroon van 1000 euro per dag kan voor Bernheze immers net zoveel opleveren als 100 fietsers die 10 euro besteden.

Geplaatst op 9 december 2011 door: Frank van den Eijnden
Met de rubriek Creatieve industrie, Recreatie, Toerisme, Vernieuwing | Reageer
Verder »